PUBLIEKE ACT

Terwijl kunst voor sommige kunstenaars/architecten een manier is om zichzelf in een meer vrije en expressievere manier te uiten is het voor anderen meer functioneel: kunst helpt hen om tot nieuwe inzichten te komen, om te experimenteren, om te onderzoeken, etc… Kunst wordt ook gebruikt als kritische tool die reflecteert over de maatschappelijke situatie en ruimtelijke situaties.

“In some way, an installation is a distillation of the experiences of architecture”

(citaat Mark Robbins, uit “Installations by Architects – experiments in building and design” ,Princeton Architectural Press, Sarah Bonnemaison and Ronit Eisenbach)

Een citaat uit hun conclusie geeft de gedachte achter onze opdracht goed weer : “The way that architects use installations can be grouped in three broad categories: to experiment with both material and social dimensions of architecture, to create conversations both with academics and the general public about the built environment, and to educate future architects. Architects employ installations as a medium for experimentation with materials, situations and process advancing the technological and aestetic possibilities of the discipline. (…) Other architects use installations to collaborate with the public in new ways – they serve as a form of social and spatial research for design, as a vehicle to stimulate debate, and a means to develop shared ownership of future projects. In addition to being a mode of experimentation, installations situate architectural concerns within a larger intellectual context and stimulate discourse both within and outside the discipline. Some installations broaden the conversation to include a larger public in discussion, for example, about underlying cultural and political assumptions embedded in the built environment or the effects of economic ans social change on places considered sites of memory.”

1/ Binnen Beeldend Ontwerpen vertekken we, in tegenstelling tot het Archtectonisch Ontwerpen, van een concrete locatie en wordt de opdracht een (beeldende) case-studie binnen het onderzoek van Architectonisch ontwerpen.

In een eerste fase wordt er veel aandacht besteed aan groepswerk. Elke student maakt deel uit van één onderzoekend ontwerpteam en zal hierbinnen een specifieke taak vervullen. Ieder ontwerpteam kiest een subthema (zelfde thema als bij Architecturaal Ontwerpen) en gaat op zoek naar een locatie in Gent of Brussel. Deze locatie omvat een publiek interieur, een ‘bestaand’ publiek interieur, die aansluit bij het gekozen subthema (een publieke ruimte met geïntegreerde kunst, een sacrale ruimte, etc… cfr sub-themas AO). De locatie functioneert als aanknopingspunt, als context, als site of als veld voor associatie. Op deze site voeren de studenten een beeldende analyse uit, een Mapping, een (ver)beeldend onderzoek. Een bewuste lectuur van de thema’s met gedifferentieerde benaderingswijzen worden omgezet tot een plastisch autonoom verslag (een compilatie van woord en beeld, het creëren van interpretatieve of reconstruerende objecten of het doelbewust vastleggen via analoge en/of digitale middelen). Het brainstormen, verzamelen, zichzelf documenteren en voeden met gerecupereerde beelden en teksten die associatief kunnen zijn, verhogen de inhoud tot een onderbouwend referentiekader. De student destilleert uit dit onderzoek (uit deze Mapping) een site-specifieke (probleem)stelling. Het onderzoek/de mapping en de eruit volgende stelling wordt gepresenteerd als een analyse die resulteert in een Beeldend Statement.

2/ In een tweede fase wordt van het Beeldend Statement vertrokken om (al dan niet individueel) een ‘act’ op de gekozen site uit te werken (installatie, ingreep, performance, …). Het Beeldend Statement dient m.a.w. vertaald, omgevormd, geïnterpreteerd of verwerkt te worden tot een act 1/1.

YouTube responded to TubePress with an HTTP 410 - No longer available

Comments are closed.